wat is counseling?

Goede counseling is per definitie integratieve counseling. Dit betekent dat er geput wordt uit meerdere bronnen. Een belangrijke bron is die van de gaven en talenten die iemand heeft (een talentgerichte aanpak). Klassieke therapeuten zijn in hun opleiding meer gericht op problemen en beperkingen. Er is veel aandacht voor heling van kwetsuren en onderkennen van persoonlijke valkuilen. Bij counselen hanteert men eerder een ontwikkelingsmodel waarbij de centrale vraag is: ‘Hoe kan iemand in zijn kracht gaan staan?’.

 

Een begeleider die eenzijdig opgeleid is, kan niet het hoofd bieden aan de veelzijdigheid en de complexiteit die inherent is aan counseling. De integratieve benadering houdt rekening met de universaliteit die het richtingsspecifieke overstijgt. Mia Leijsen ziet ‘counselor’ niet als een beroep. Iemand behoudt zijn oorspronkelijke beroep bijv. pedagoog, verpleegkundige, psycholoog, leerkracht, huisarts, … maar counselen is een meerwaarde voor de specifieke beroepsuitoefening. In de counselorsopleiding die ik volgde in Sint-Niklaas werkten we vanuit drie invalshoeken: Pesso-therapie, systeemdenken en cliëntgerichte benadering. Momenteel verdiep ik mij verder in het focussen. Deze methodiek kan gesitueerd worden binnen de cliëntgerichte benadering.

 

Onderzoekers gingen na welke factoren bij diverse benaderingen tot succes leidden. Deze factoren kunnen geordend worden volgens 3 dimensies: een ondersteunende dimensie, een leerdimensie en een actiedimensie. Deze 3 dimensies worden al naargelang de situatie bij het counselen gehanteerd.

 

In de ondersteunende dimensie is er ruimte voor het verhaal van de cliënt en kunnen gevoelens geventileerd worden bij een geïnteresseerde, respectvolle luisteraar, die zonder veroordeling het verhaal en de bijhorende emoties erkenning geeft. Doordat de cliënt zich gesteund voelt door een medestander, is het mogelijk dat hij in een nieuwe verhouding komt tot zijn problemen.

 

In de leerdimensie komt de cliënt tot nieuwe inzichten in zijn probleemsituatie, ervaart hij andere interpersoonlijke omgangswijzen dan hij tot nu toe kende en wordt hij geconfronteerd met aspecten die hij over het hoofd heeft gezien.

 

In de actiedimensie gaat de cliënt experimenteren met nieuw gedrag en wordt hij begeleid om problematische gedragspatronen om te vormen tot handelswijzen die meer succes opleveren.

 

Bij begeleiding volstaat soms één van de dimensies, soms zijn er meerdere nodig. Wanneer een hulpverlener ingeroepen wordt bij een ramp om psychologische ondersteuning te bieden, dan zullen zijn interventies voornamelijk ondersteunend zijn en is het bestaansrecht geven aan de overspoelende emoties vaak voldoende als opvang. Voor sommige slachtoffers kan het ook belangrijk zijn dat iemand hen helpt om de draad van het gewone leven weer op te nemen, door hen bijvoorbeeld te stimuleren om weer met regelmaat te eten en te slapen en hun kinderen of dieren te verzorgen. Voor die mensen kan de actiedimensie belangrijker zijn dan praten over de gebeurtenis.

 

De vaardigheden die gebruikt worden bij counseling zijn divers. Sommige oriëntaties hebben zich vooral toegelegd op één of twee dimensies. Als men de bagage wil hebben om de drie dimensies te bestrijken –en dit is nodig bij counseling- dan moet men de meest werkzame ingrediënten uit diverse oriëntaties samenvoegen. Men maakt een selectieve combinatie van houdingen, interventies en technieken, waarvan de effectiviteit bewezen is door onderzoek.

 

V. Verbeke, pedagoge (15 maart 2014)

 

 

 

Naar: LEIJSEN, M., ‘Noodzakelijke bagage voor hedendaagse counseling’, lezing studiedag counseling in Turnhout, 22 november 2002.

Mia Leijsen is professor aan de KUL. Zij doceert er basisvaardigheden counseling, beroepsethiek voor psychologen en cliëntgerichte therapie. Op beperkte schaal begeleidt ze individuen en groepen in verschillende contexten.

 

 

Post a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*